Het Joodse leven kent een lange geschiedenis in Nederland en is een onlosmakelijk deel van de Nederlandse samenleving, met vele hoogtepunten, maar ook dieptepunten. Het meest donkere deel van die geschiedenis is de deportatie van en moord op 102.000 Joden in concentratie- en vernietigingskampen. De Holocaust toont ons het meest weerzinwekkende van waar antisemitisme toe leidt: uitsluiting, isolatie en geweld.
Antisemitisme is niet verdwenen met het einde van de Holocaust. Net zomin is het waar dat het antisemitisme daar begon. Het bestond al voor onze jaartelling en heeft zich door de eeuwen heen telkens in verschillende vormen voorgedaan. Tegenwoordig uit antisemitisme zich zowel verbaal als fysiek en kan het bewust of onbewust zijn. Joodse jongeren ervaren tijdens school en sport soms zoveel onbegrip, antipathie en verbale en fysieke agressie vanwege hun Joods zijn, dat het ontkennen of afstand nemen van hun identiteit als uitweg wordt gezien.
Antisemitisme is een voorteken van andere problemen
Antisemitisme vindt een voedingsbodem in rechts-, links- en religieus extremisme en is helaas een alledaags onderdeel van onze samenleving. Antisemitisme onderscheidt zich in de mutaties die het ondergaat en vermommingen die het aanneemt. Antisemitisme is een voorteken van andere problemen. Het gedijt bij en vormt zich naar thema’s die onrust in de samenleving brengen.
Samenzweringstheorieën over Joden
Tijdens de COVID-19-pandemie bijvoorbeeld, kwamen allerlei klassieke antisemitische samenzweringstheorieën en mythes over Joden weer bovendrijven. Zoals de klassieke en veelvuldig ontmaskerde complottheorieën, die beweren dat Joden het Nederlandse volk zouden willen onderdrukken. Dit soort complotdenken vormt een nationale dreiging. Antisemitisme is een virus dat de basis van onze democratische rechtstaat aantast. Het ondermijnt het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en kan leiden tot andere vormen van discriminatie, marginalisatie en radicalisering.
